IK WIL HIER NOOIT MEER WEG
Oeke thuis in de Julianaweg
Dit artikel is geschreven door:
Bert Nijenhuis,
journalist bij het Algemeen Dagblad, ed. Utrecht
en gepubliceerd op 29 mei 2026.
Op deze website geplaatst met verleende toestemming
© foto's: Angeliek de Jonge.
lessenaar met tekst
In Utrecht staat sinds kort een markering aan de kop van de Julianaweg:
een lessenaar met daarop een gedicht van dichteres en buurtbewoonster
Oeke Kruythof.
De Julianaweg is een typisch Utrechtse jarendertigstraat met bakstenen eengezinswoningen en in het midden een brede groenstrook. Vanwege de rust en kindvriendelijkheid is de straat populair bij jonge gezinnen. Dichteres Oeke Kruythof (87) woont er haar hele leven en heeft alle veranderingen van nabij meegemaakt. Bijvoorbeeld hoe de straat in de oorlog van zijn naam werd beroofd. Haar verbondenheid met de plek heeft Kruythof verwoord in een gedicht dat een permanente plek heeft gekregen aan het hoofd van haar eigen Julianaweg.
Domweg gelukkig aan de Julianaweg waren Kruythofs ouders, nadat ze er in 1935 een pas opgeleverde, moderne huurwoning met achtertuin hadden betrokken. ,,Ik ben drie jaar later in een kraamkliniek geboren, maar mijn eerste herinneringen heb ik aan deze plek. De straat vormde vanaf het begin een hechte gemeenschap. Mijn ouders waren gereformeerd en onze naaste buren katholiek. Dat stond vriendschap allerminst in de weg. Doordat er dagelijks gezellig een praatje werd gemaakt, ontstond er een flink gat in de heg tussen beide woningen.’’
De geboorte van zusje Els was in 1940 een volgend vreugdevol moment. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had kort daarop grote gevolgen voor het dagelijks leven aan de Julianaweg, die op bevel van de nazi’s later zelfs Laan 1942 ging heten. ,,Tijdens bombardementen zaten we in de kelder en ging moeder hardop bidden’’, herinnert Kruythof zich. ,,Vader zat bij het verzet en wij waren gedrild om te zeggen dat hij niet thuis was als er tijdens razzia’s werd aangebeld. Terwijl hij zich dan schuilhield in de kruipruimte.’’
In de Hongerwinter van 1944 ging het bijna mis. ,,Voor een extra bord pap konden we hier even verderop in een gebouwtje terecht. Els en ik stonden daar in het halletje op onze vader te wachten, toen een dame zei dat we snel moesten komen. Er was een razzia en vader zou worden meegenomen. Ik heb nog nooit zo hard gehuild. Dat had effect, want de Duitse soldaat liet ons gaan. Hij zei: ‘Weil ich alleine bin, kann ich das machen.’’
De bevrijding kwam het jaar erop als een verlossing. ,,Ik weet nog dat ik dacht: nu hoef ik nooit meer bang te zijn.’’ Laan 1942 ging weer Julianaweg heten en de gemoedelijkheid van voor de oorlog keerde terug. ,,De groenteman en melkboer kwamen nog aan de deur en er zaten winkeltjes in de straat waar je op de pof kon kopen. Dat we in 1954 niet langer bewoners van het dorpje Jutphaas waren en bij Utrecht werden ingelijfd, veranderde niets aan het dorpse karakter. Het leuke is dat ook de huisnummers hetzelfde zijn gebleven. Die lopen verkeerd om, omdat de nummering niet aan de Utrechtse kant begint.’’
Als kind speelde Kruythof het liefst schooltje met buurtkinderen en een toekomst in het onderwijs lag voor de hand. ,,Leren ging me op de kweekschool prima af. Voor de klas kon ik alleen totaal geen orde houden. Gelukkig hadden mijn ouders er begrip voor dat ik toch geen onderwijzeres werd. Mijn vader werd loodgieter omdat zijn vader dat ook was, maar hij vond het werk vreselijk. Toen de politie na de oorlog gezuiverd werd, is hij de politieopleiding gaan doen en heeft het uiteindelijk nog tot brigadier geschopt. Zelf ben ik eerst bij de provincie Utrecht gaan werken, op de afdeling rijbewijzen.’’
De liefde zorgde ervoor dat Kruythof het ouderlijk huis voor een half jaar verliet. ,,Ik had een penvriend in de buurt van Belfast met wie ik een relatie kreeg. Om samen te kunnen zijn, ben ik daar in de buurt au pair geworden. De familie van mijn vriend was religieus, maar op zo’n manier dat het een soort geestelijke gevangenschap werd. Ik moest daar weg, maar heb altijd contact met hem gehouden.’’
Terug aan de Julianaweg stond Kruythof een zware periode te wachten, doordat zowel haar moeder als zus met zware depressies kampten en langdurig werden opgenomen. ,,Het is vreselijk om zulke lieve mensen zo te zien lijden dat ze niet meer willen leven. Hun leven werd weer dragelijk toen ze het medicijn lithium voorgeschreven kregen.’’ Kruythof hield het huishouden aan de Julianaweg draaiende, bezocht moeder en zus vaak en ging als bibliothecaresse werken in de wetenschappelijke bibliotheek van het Hubrecht Instituut. ,,Dat ik door deze omstandigheden nu alleen in het ouderlijk huis woon, heb ik mijn ouders en zus nooit verweten. Ik vind kinderen hartstikke leuk, maar heb zelf nooit een kinderwens gehad.’’

Oeke in de deuropening
In moeilijke tijden kreeg Kruythof veel steun van haar buren. Troost en kracht putte ze uit het schrijven van gedichten. ,,Een bezoekje aan een Utrechts poëziecafé waar mensen hun diepste gevoelens voorlazen, was een openbaring voor me. Door zelf gedichten te gaan schrijven en voordragen, vond ik een manier om het verdriet door het overlijden van mijn moeder en een goede vriend buiten mezelf te plaatsen.’’
Talrijke bundels en tijdschriften heeft Kruythof sinds begin jaren negentig volgeschreven en geregeld viel ze met haar gedichten in de prijzen. Voor de jaarlijkse buurtbarbecue werd ze vorig jaar gevraagd een gedicht te schrijven over de Julianaweg. Het resultaat viel zo in de smaak bij haar buurtbewoners dat er met een bijdrage uit het Initiatievenfonds van de gemeente Utrecht een monument van is gemaakt. De ode aan de Julianaweg heeft een blijvende plek op een lessenaar, die op een steenworp afstand van Kruythofs woning staat. Voor de dichteres is daarmee de cirkel rond. 'Ik ga hier nooit meer weg. De buren kijken goed naar me om. Als er veel sneeuw ligt, doen ze boodschappen voor me. Ik vind het heerlijk om tussen de jonge gezinnen te wonen. Dat houdt me jong van geest.'
