Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen
hiernaast kunt u een periode kiezen
De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. Kies een tijdvak in de lijst en klik op de knop.
Hieronder volgt een recent gehouden preek.
DE HEILIGE GEEST
ZET HET ONDERWIJS VAN CHRISTUS VOORT
De verkondiging
op het Hoogfeest van Pinksteren
Johanns 14 : 26
... die zal u alles leren,
en zal u indachtig maken alles wat ik u gezegd heb.
'Pinksterdag' heeft als betekenis: de vijftigste dag. De vijftigste
paasdag.
De reeks van vijftig paasdagen is vervuld: Pinksteren. Je zou zeggen:
nu is het toch tijd voor veel vreugde en blijdschap...!
Ja toch, want is het niet spectaculair: de uitstorting van de H. Geest!
Het verhaal in het boek Handelingen der apostelen ís natuurlijk bijzonder.
Het ondersteunt een mening die leeft bij vele kerkgangers: een mening,
als zou het geloof pas goed zijn, wanneer het vurig is, vol enthousiasme
en uitbundigheid.
Een jeugherinnering nu: ik was dertien jaar, tweede klas gymnasium, en
bevriend met een klasgenoot, Henk. Henks ouders waren zeer ingenomen met
hun geloof. Alle nadruk werd gelegd op de vergeving van zonden. Jezus
heeft voor onze zonden geleden en daarvoor zijn leven gegeven. Als je
dat nou maar aannam, dan zat je goed.
Toch vond ik ze niet zo blij. Ietwat stugge Friezen.
Maar dat veranderde... !
Op een ochtend kwam Henk naar mij toe, opgetogen en stralend. ‘We zijn nu bij een nieuwe kerk, de Pinkstergemeente. Mijn ouders zijn in de wolken, ze lopen in huis liederen te zingen, zo blij. Kom maar weer een gauw bij ons, je zult versteld staan...!'
Bij hen thuis voelde ik het al snel: er is bij die mensen niks echt veranderd... . Ze geloven nog hetzelfde en ze blijven daar uiterst tevreden over. Nu komt daar hun nieuwe kerk ook nog bij.
Een nieuwe kerk... waar heb ik dat eerder gehoord? Ja, in sommige kerken,
in preken, op het Pinksterfeest. Daar wordt argeloos gezegd: Pinksteren
is het geboortefeest van de Kerk.
Ja, argeloos. Al heel vroegtijdig hebben predikers en kerkleraren het
Joodse karakter en inhoud van de allereerste christelijke prediking verloochend.
Nog later werd schaamteloos gezegd: de Kerk is het nieuwe Israël, het
Jodendom heeft afgedaan.
De grootste oecumenische ramp was een feit:
de breuk tussen Joodse gelovigen en christelijk gelovigen. Christus werd
gezien als een halfgod, zijn dood omgeturnd tot een sacraal offer.
Waren de vierde, vijfde generaties christenen maar gebleven bij de Joodse
Jezus, de martelaar omwille van zijn radicaal gelovige levensstijl. De
martelaar die door zijn hemelse Vader is ere hersteld is.
In ere hersteld, omdat Hij hem opwekte bij de doden vandaan.
Door die opwekking heeft God ons verkondigd: er is toekomst voor deze
aarde, maar dan alleen in de levenspraktijk en in de stervensgang van
Jezus.
Maar wat doen wij daar mee?
Die vraag werd door de ouders van mijn klasgenoot Henk nooit gesteld.
Die zeiden: Jezus heeft voor onze zonden geleden en nu kunnen wij vrij
en blij zijn!
Vrij en blij – het zou een kenmerk van het kinderlijk geloof zijn. Ik
vind het een bewijs van onvolwassenheid.
Laten we, ook op het Pinksterfeest, kritisch zijn.
Kritisch. Zo preekte Petrus op het Pinksterfeest en na hem de andere discipelen
ook.
Ook Jezus heeft zo gepredikt. Vergeet nooit dat zijn aanspreektitel was:
rabbi, leraar, meester.
Hij gaf onderwijs en daarom spreken we over: discipelen, leerlingen.
Teleurgesteld waren aanvankelijk de discipelen toen Jezus hen ging verlaten.
Wat moet dit een klap geweest zijn voor deze mensen. Zij hadden in Jezus
zoveel vertrouwen, net zoveel vertrouwen als zij in God hadden.
Hun geestelijke vader was van hen weggegaan. Maar een nieuwe geestelijke
autoriteit, een leraar, een wegwijzer… die hadden zij nog niet.
Wij komen hier in contact met het vroegste christendom. We horen over
de gevoelens van verlatenheid. Jezus wás er niet meer.
Hier beluisteren we, met hoeveel angst en beven de vroeg-christelijke
Kerk begonnen is.
Maar er was ook verwondering en brandende liefde tot de Christus Jezus.
Gelukkig is deze liefde geen heldenverering geworden. De eerste christenen
beseften dat zij ook een eigen verantwoordelijkheid droegen.
Daar ging het verder! De discipelen hebben ingezien dat smeken of Jezus
asjeblieft blijven wilde, niet goed was.
Wat kunnen sommige mensen hangen aan hun moeder of vader.
Ik heb een uitvaart meegemaakt, waar een vrouw van in de 60 keihard huilend
en roepend zich vastklampte aan de kist waarin haar moeder van 85 lag.
Dat is verkleving die het volwassen worden in de weg staat.
Er komt onafwendbaar het moment dat we onze moeder of vader los moeten
laten. Hoe pijnlijk dat ook kan zijn, maar het moet.
We kunnen het ook bekijken vanuit de opvoeder.
Een goede opvoeder laat al tijdens zijn/haar leven een kind los.
Een gezond kind moet leren, op eigen benen te staan.
Precies dat heeft Jezus, als geestelijke vader, gewild bij het onderwijs
aan zijn discipelen.
Het was deze leraar in Israël niet begonnen om een groep dociele nalopers.
Hij ging weg van hen, want, zei hij, dat is juist goed. ‘Als ik niet tot
mijn hemelse Vader terugkeer, dan kunnen jullie de Heilige Geest niet
ontvangen.'
De Heilige Geest ontvangen? – Ben je daar beter mee af dan? Ja, wanneer
wij nauwkeurig luisteren naar Jezus: inderdaad zijn wij er beter mee af.
In deze teksten staat de positieve keerzijde: er komt een Trooster en
Advocaat, een zaakwaarnemer, en dat is de Heilige Geest. Je kunt dan verder,
zonder te kleven aan de persoon die de Christus Jezus was.
De apostel Paulus spreekt er duidelijke taal over. Hij zegt: ‘Wij kennen
de Christus niet meer als iemand van vlees en bloed.'
Maar hoe verder, wanneer Jezus van hen weggaat?
De discipelen moeten dan niet alleen hem kunnen loslaten, er moet ook
met henzelf iets veranderen.
Het Pinksterfeest is bij de Joden ook bekend als de gedachtenis van de
Wetgeving. Gedachtenis, niet herinnering of herdenking. Gedachtenis wil
zeggen dat het opnieuw leeft. De gave van de Torah krijgt een nieuwe gestalte,
bij de discipelen en bij ons.
Het is de Heilige Geest die de woorden van Christus ons indachtig maakt.
Het is de H. Geest die in ons woont en het gebod maakt tot een levend
woord in ons.
Als deel van de universele Kerk belijden wij, dat de Heilige Geest uitgaat
van de Vader en Zoon.
Dit lijkt en klinkt als leer, dorre dogmatiek.
Maar – dit deel van ons Credo, Geloofsbelijdenis, koppelt de Heilige Geest
onlosmakelijk aan God de Vader en God de Zoon.
De Christus Jezus zegt het in het Johannes-Evangelie: De Geest die van
de Vader uitgaat en die ik tot u zend, die zal u alles indachtig maken
wat ik u geleerd heb. 14:26
De Heilige Geest zet het onderwijzen door Christus, voort.
Dit is de kern, en dat bidden wij in het zondagsgebed op dit Hoogfeest
van Pinksteren.
Die korte gebeden, zo belangrijk, zulk een duidelijke samenvatting van
wat de Kerk bidt.
Vandaag baden wij, of de Heilige Geest onze harten wil onderwijzen. En
ook: om een recht verstand te verkrijgen.
Pas dan: opdat wij altijd in zijn troost ons verblijden.
Dus eerst onderwijs, dán pas blijdschap.
Wat is dat mooi: het hart wordt onderwezen door de Heilige Geest.
Hier is een vervulling van het profetenwoord van Jeremia: ‘Ik, de Heer,
zal mijn wet in hun binnenste leggen, en die in hun hart schrijven.'
Dit is daarom een belofte, omdat het een daad van Godswege aan ons betreft.
Wat wij uit onszelf niet kunnen, bewerkstelligt de Heere-God in ons.
Gods Geest dringt door tot in de binnenste delen; Hij opent het hart dat
gesloten is; Hij vermurwt wat ondoordringbaar is; Hij maakt dat de wil,
die eerst niet wilde, nu metterdaad wil.
Dit kan alleen het werk van zijn H. Geest zijn.
Dan komen er daden van liefde en barmhartigheid, niet uit plicht maar
uit vrije wil.
Op een andere plaats in een profetenboek spreekt de Heer woorden van dezelfde
strekking: in het boek Ezechiël zegt Hij: ‘Ik zal u een nieuw hart geven,
en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen
hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven.'
Een hart van vlees: ontvankelijk, bruikbaar voor de H. Geest om daarin
te werken, om daarin een vrijwillige gehoorzaamheid te scheppen.
Door de inwoning van de H. Geest in onze harten wordt ook een band van
vertrouwen (en dat is geloof) geschapen. Door die band van vertrouwen
met Hem zullen wij van lieverlee op Christus gaan lijken. Er komt een
gehoorzaamheid, die, van ons uit gezien, slechts een klein beginsel is.
Van Gods kant daarentegen gezien, is dit kleine beginsel gelijkwaardig
aan de gehoorzaamheid van Christus zélf! Van Godswege is uw vertrouwen
het eerste begin en het wordt voor vol aangezien. Waar de Geest in ons
hart is, wordt de geloofsband met Christus zichtbaar. Dan is er een aanwezigheid
van Christus in ons leven, in de Liturgie, in het H. Avondmaal: de lichamelijkheid
van Christus; maar ook metterdaad in het dagelijks leven.
Dan komen al onze gevoelens, gevoelens van blijdschap en van gemis, dat
alles op hun plaats. Wij leren onszelf kennen en leren over God en Christus
door de H. Geest die in onze harten woont –
De Geest die in ons woont – eigenlijk redeneer je daarover niet, want dat is poëtisch, daarover zing je... - Lied 902
*) Christus zegt: indien jullie mij liefhebben, zullen jullie mijn geboden
onderhouden (14:15). En even later zegt hij tot zijn leerlingen: Wie mijn
geboden heeft en ze onderhoudt, die is het die mij liefheef.
