Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen
hiernaast kunt u een periode kiezen
De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse
indeling van het kerkelijk jaar. Zie de lijst hier rechts, gebruik het
kleine schuifbalkje en klik op een tijdvak.
Hieronder volgt een recent gehouden preek.
De verkondiging
op Zondag Sexagesima
voorafgaande aan de zegening van een bruidspaar
Dit mysterie is groot,
en ik betrek het op Christus en de kerkgemeente
Efeze 5,32
Mysterie, geheimenis – opnieuw zal dit woord belangrijk zijn in de verkondiging
vandaag.
Een aantal van u vierde de Eredienst op de zondag onder het octaaf van
het Hoogfeest van Christus' geboorte. In de verkondiging op die zondag
hebt u dat woord mysterie, geheimenis, ook gehoord.
Het Woord van God is vlees geworden, onder ons verschenen in menselijke
natuur, in Jezus Christus. ‘Dit geheimenis is groot,' zo staat in de Epistel.
Vandaag horen wij opnieuw over geheimenissen, mysteriën. Daar is eerst het geheimenis van het zaad. Dan is er nog een geheimenis: dat van het trouwverbond tussen twee mensen. Ik ga u in de komende minuten uitleggen, dat deze geheimenissen heel nauw verwant zijn aan elkaar.
Laat me ze eerst apart noemen: het trouwverbond tussen zuster Laura en
broeder Klaus is een mysterie, een geheimenis. Ik mag dat zeggen op basis
van een oud-christelijke overtuiging: uit de brief aan de christenen te
Efeze. De trouwbelofte en de wederzijdse verantwoordelijkheid in het leven
daarna, zijn een afspiegeling van Christus' liefde tot de Kerk.
‘Dit geheimenis is groot,' zo hoorden we.
Dan dat andere geheimenis: dat is belangrijk voor deze zondag Sexagesima.
Het is het mysterie van het zaad.
We hebben als aan antifoon bij de introïtus gezongen: ‘Het graan slaapt
in de aarde, en ‘t hemels koninkrijk, verborgen in de wereld, is aan het
graan gelijk.'
Het lijkt erop dat veel zaad verloren gaat, want het valt in onvruchtbare
grond. Maar dat doet niets af aan het mysterie van het zaad.
Wist u dat er bij archeologische opgravingen zaden zijn gevonden, bijvoorbeeld
in een Egyptische sarcofaag, zaden die daar al drieduizend jaar onaangeroerd
hebben gelegen? Ze waren kurkdroog, en daarom nooit tot ontkiemen gekomen.
En toch was daarin het leven in potentie aanwezig. In vochtige aarde kwam
dit zaad tot ontkiemen.
‘Het zaad als het hemels koninkrijk, verborgen in de wereld,' zongen we,
en dat is op zichzelf al een mysterie.
Hoe groot is dit geheimenis: duizenden jaren lang sluimert leven in een
zaad. Denken wij daaraan in onze Paasvoorbereiding. Hier is namelijk de
juiste volgorde. Het leven der opstanding heeft altijd het overwicht op
de dood.
Het lijkt alsof het zaadkorrel afsterft in de aarde, maar het is leven
in potentie.
Maar: al gaat het zaad te gronde, ook in de goede aarde, het is overgankelijk
in zijn kiemkracht.
Onvergankelijk in zijn kiemkracht, daarom heet dit zaad het levende Woord.
Christus die wordt gezaaid in de akker van deze wereld... .
Hij is verworpen, afgewezen, schijnbaar vruchteloos gebleven als in bodem
zonder voeding.
Het gaat in deze gelijkenis om de kwetsbaarheid van het zaad, en dat is
de Christus zelf.
Ook in deze gelijkenis en in haar uitleg, gaat het om Christus. Hij moet
verworpen worden en veel lijden door toedoen van de mensen.
En toch is er de belofte dat de Christus uiteindelijk honderdvoudige vrucht
voortbrengt.
Aan Christus kunnen wij zien dat voor de Heere-God het zaaien en het oogsten
één doorgaande beweging is. ‘Het graan slaapt in de aarde' – het was al
graan, ook toen het sterven moest, het staat op in een andere gedaante,
als een zware korenaar: nog steeds graan.
Dit is het Evangelie van de opgestane Heer !
De oogst komt, dat heeft de God zelf beloofd, ons ter bemoediging en troost.
Twee geheimenissen: dat van het zaad, en dat van het trouwverbond tussen
twee mensen.
Over dat laatste geheimenis zingen we nu Lied 788
voortzetting ter inleiding op de zegening
Hoe diep en groot zijn deze geheimenissen, het mysterie van het zaad,
en het mysterie van de trouw, beloofd door twee mensen aan elkaar. Er
is meer, veel meer, de wereld is er vol van, maar je moet het wel willen
zien. Erken, dat er zoveel is dat je niet kunt doorgronden. Dat zijn de
geheimenissen.
Vandaag dus een geheimenis, in de Efeze-brief wordt genoemd: een groot
geheimenis. Groot: want het wordt betrokken op Christus en op de kerkgemeente.
Daarom ook, dat u, zuster Laura en broeder Klaus gezegd hebt: ons huwelijk
moest wel gesloten worden op het gemeentehuis, maar belangrijker is het,
dat wij in de kerk de zegen ontvangen.
De enige overeenkomst tussen het gebeuren op het gemeentehuis en de zegening
hier in deze kerk is, dat het publiekelijk is. Op het gemeentehuis waren
er getuigen – dat is dat publieke; maar ook hier in de kerk is het publiekelijk:
u bent allen getuigen.
U hebt voor de zondagsviering gekozen, en dat vind ik zeer te prijzen.
Uw huwelijk is niet enkel een familie aangelegenheid. De kerkgemeente
is nu getuige. Zo was het ook in de tijd van Luther. Een bruidspaar vroeg
de zegen en die werd gegeven door de voorganger. Dat gebeurde gewoon in
een kerkdienst, of soms daarna, en ook dan waren er toch nog genoeg mensen
aanwezig.
De zegen – wilt u weten wat dat inhoudt?
In de oude talen van Bijbel en Kerk wordt daarvoor een woord gebruikt
dat letterlijk betekent:
goed spreken over iets of iemand. Op grond van het Woord Gods dat tot
ons komt, spreekt Gods Kerk goed over uw verbintenis.
Goed spreken over het besluit dat u samen genomen hebt. Goed spreken over
deze verbintenis.
Dit zegenen, dit goed spreken, mag, want het is ook een belofte van Godswege.
Een belofte die uw trouwbelofte bekrachtigt.
Graag wil ik respect onder woorden brengen.
Respect voor u tweeën, dat u besloten hebt met elkaar te trouwen.
Hoe vaak hoor je in deze tijd toch, dat jonge mensen het niet aandurven
om met elkaar een vaste verbintenis aan te gaan. Verantwoordelijkheid
nemen voor elkaar, zij schrikken ervoor terug.
Zr Laura en br Klaus, u bent beiden op hoge leeftijd. De jaren gaan tellen
en toch hebt u besloten om voor elkaar in te staan; verantwoordelijkheid
voor elkaar te nemen.
U leeft niet in een roze wolk, u weet dat u samen geen tientallen jaren
voor de boeg hebt. Maar in de jaren die nog komen wilt u er voor elkaar
zijn.
Geen mens kan buiten een naaste. De naaste, in de zuivere betekenis van:
hem of haar naastbij, het dichtste bij.
Uit het eerste bijbelboek Genesis kun je het al horen: de schepping van
de vrouw, later Eva geheten. Volgens het verhaal heet de eerste mens Adam,
een man, maar het woord Adam betekent eenvoudigweg ‘mens'.
De Heere-God geeft de eerste mens een partner.
De Duitstalige Joodse theoloog en bijbelvertaler Martin Buber heeft daarvan
een zeer nauwkeurige vertaling gegeven:
Eine Hilfe, ihm Gegenpart.
Letterlijk vertaald: een hulp hem een tegenover.Deze merkwaardige maar o zo nauwkeurige vertaling noemt de eerste vrouw ten opzichte van de eerste man: een hulp hem een tegenover.
Een hulp als hem tegenover: daar heb je de beste omschrijving van het begrip naaste.
De naaste is nooit iemand van jouw eigen soort, iemand die je altijd gelijk geeft.
Wie is mijn naaste? Een tegenover, een kritisch woord.
Volgens het verhaal van de barmhartige Samaritaan is de naaste... de
Samaritaan. Dat is een buitenstaander, een buitenlander, iemand van buiten
af, iemand tegenover je. Je had het nooit kunnen denken, dat hij je naaste
wordt. Ook dit is een geheimenis.
Op hetzelfde vlak ligt de ontmoeting met een levensgezel, een man of een
vrouw. Een geheimenis, om zo iemand te ontmoeten. Maar een geheimenis
laat zich niet geheel en al ontrafelen. Het blijft een geheimenis waarover
je je dagelijks verwondert.
De naaste kunt u niet, mág u niet inpalmen, want dan kan hij of zij niet
meer uw tegenover zijn.
Een tegenover hebben we allemaal nodig. Het is iemand die noodzakelijkerwijs
anders is, zodat wij van hem of haar kunnen leren en desnoods gecorrigeerd
worden. Zo is de naaste, degene die ons het meest nabij is, de naaste.
Wie anders is de allernaaste dan de man of de vrouw aan uw zijde? Haar,
hem liefhebben is naastenliefde in de zuivere betekenis van het woord.
De naastenliefde is de kern van de huwelijkstrouw.
Het huwelijk is de beste leerschool van de naastenliefde. Daar leer je
hoe moeilijk het is om jezelf los te laten en toe te vertrouwen aan die
ander, die naaste.
Zulke liefde is een gerichtheid op de ander. Het is eerst: jezelf laten
dienen, want je erkent dat je niet zelfredzaam bent. Dit is best moeilijk,
want het betekent dat je je kwetsbaar opstelt.
In het oudtestamentische boek Prediker, een wijsheidboek, staan hierover
opmerkelijke woorden.
Twee zijn beter dan een; want indien zij vallen, de één richt zijn metgezel
op; maar wee de ene, die gevallen is, zonder dat een tweede hem opricht.
Het gaat hier over een relatie waar je je bewust bent van afhankelijkheid.
Je laten dienen gaat voorop, pas dan weet je wat het is, zelf te dienen.
Wanneer twee mensen zo met elkaar omgaan, dan is dat een vrucht van Gods
liefde voor de mensheid.
Hij, die deze dienende liefde het zuiverste heeft gepraktiseerd, is Jezus
Christus. Hij had geen enthousiaste hulpvaardigheid nodig. Uitdrukkelijk
heeft Hij gezegd:
"Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen."
Hij die zo heeft kunnen liefhebben, heeft de Wet vervuld.
De Kerk predikt Hem, omdat Hij ons is voorgegaan in een weg van liefde.
Een klassiek onderdeel van de huwelijksbelofte luidt: ‘Trouw tot de dood
ons scheidt'… wel, Christus is zó trouw geweest, dat Hij tot in de dood
voor ons geweest is: de betrouwbare naaste!
ELG Zierikzee, 23 februari 2025