PREDIKANTEN IN DE EVANGELISCH-LUTHERSE GEMEENTE ZIERIKZEE

pagina dertien: 1908-1905


De eenëndertigste predikant van onze gemeente was:

Ds. Johannes Philippus Makkink

Op 19 januari 1908 kwam hij uit Kampen.
Hij vertrok weer op 11 juli 1909.



De tweeëndertigste predikant van onze gemeente was:

Ds De Jongh
Ds. De Jongh
Ds. De Jongh jubileert

Ds. J.G. de Jongh

Ds De Jong kwam uit Amersfoort op 20 februari 1910.
Hij is gebleven tot 1918.



De drieëndertigste predikant van onze gemeente was:

Da. Mej. Marie E. Monsees

Mej. Monsees kwam op 6 september 1942 uit Edam.
Zij vertrok uit onze gemeente op 22 april 1946.

Zij kwam weer terug op 18 maart 1956, omdat zij opnieuw beroepen was als predikante in tijdelijke dienst.
Zij vertrok uit onze gemeente op 15 december 1966.
Zij was ook predikante van Dordrecht en Leerdam.

Dhr Ponsen kwam in het plaatselijke krantje “WereldRegio” een stukje tegen dat geschreven was door één van de columnisten, de heer Huib Uil, gepensioneerd archivaris van de gemeente Zierikzee en Schouwen-Duiveland.

De titel was:

“Markante Schouwen-Duivelanders”
Ds. M.E. Monsees (1916 - 1966)

door Huib Uil (gemeentearchivaris en eerste stadshistoricus van Zierikzee)

De Evangelisch-Lutherse gemeente te Zierikzee had de primeur van de eerste vrouwelijke predikant op Schouwen-Duiveland.
Ds. M.E. Monsees kreeg een goede band met Zierikzee en haar gemeente.

In 1926 had de Evangelisch-Lutherse Kerk besloten vrouwen toe te laten tot predikambt.
Drie jaar later werd de eerste vrouw dominee. De Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk, een afsplitsing van de andere kerk, nam in 1931 datzelfde besluit. De beide kerken verenigden zich in 1952.
Mejuffrouw Monsees was de derde vrouwelijke Lutherse predikant.

Marie Elizabeth Monsees werd in Makassar (Sulawesi, Indonesië) geboren.
Na haar studie en examen in Amsterdam werd ze in 1938 toegelaten als proponent en aangesteld als hulprediker in Rotterdam.
Op zondag 28 april 1941 ging ze voor het eerst voor in de lutherse kerk te Zierikzee.

Da Monsees
Da. Monsees

Begin 1942 stond ze opnieuw op de kansel. De kennismaking verliep positief en dat resulteerde erin dat de proponent beroepen werd. Op zondagmiddag 6 september deed ze intrede, na te zijn voorgesteld door de vorige predikant ds.mr. J.G. de Jongh uit Amersfoort
De inzegening als predikant had op dinsdag 1 september plaatsgevonden te Amsterdam door ds. L.S.P. van der Chijs uit Rotterdam.

Na een vacature van 24 jaar was de predikantsplaats van de Lutherse gemeente weer opgevuld.
In de intrededienst las ds. de Jongh Psalm 42 en herinnerde aan zijn afscheid. Hij blikte terug op de geschiedenis van de gemeente, die ontstaan was in 1712 en haar eerste predikant in 1728 had gekregen.
Met ds. Monsees deed de 34ste predikant haar intrede. De nieuwe dominee preekte intrede met de tekst: ‘Mijn hulp is van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft’ (Psalm 121:2).
B.H.W. Wiebols, het oudste lid van de kerkenraad, sprak een welkomstwoord en dankte ds. De Jongh voor al het werk dat hij tijdens de vacature voor de gemeente had gedaan.

De komst van ds. Monsees zorgde ervoor dat de Lutherse gemeente weer opleefde. Behalve op haar eigen kansel ging de nieuwe predikant ook af en toe voor in een Hervormde gemeente op het eiland.
In 1944 moest ook ds. Monsees, net zoals het grootste deel van de bevolking, evacueren op last van de Duitse bezetter.

Ze werd in Rotterdam hulpprediker.
Na de bevrijding keerde ze terug maar al in 1946 nam ze een beroep aan naar Edam.
Op Tweede Paasdag nam ze afscheid van de Zierikzeese Lutheranen. President-kerkvoogd J.H. Scheuerman sprak dankwoorden.

Luthers Zierikzee vormde een krimpende gemeente.
Daarom bleef ds. Monsees regelmatig voorgaan in haar oude gemeente waaraan ze als consulent verbonden bleef. Dat was ook het geval toen ze in 1949 een beroep naar Amersfoort aannam en in 1953 naar Dordrecht, die gecombineerd was met Leerdam.
Vaak preekte ze eenmaal in de maand in Zierikzee. Ook op hoogtijdagen was ze hier te vinden zoals bij de viering van het 200-jarig bestaan van de gemeente op 16 september 1956, op 19 juni 1960 toen de restauratie van het kerkgebouw gereed was en op 16 november 1962 bij de ingebruikneming van het nieuwe orgel, gebouwd in de oude orgelkas.

Aan haar verband met Dordrecht kwam in 1957 een einde omdat de meerderheid tegen een vrouwelijke predikant was.1)
Ze nam voor een tweede keer een beroep aan naar Amersfoort en Nijkerk. Daarnaast bleef ze predikant in Leerdam.
Geheel onverwachts overleed in december 1966 ds. Monsees, die verschillende bestuursfuncties op landelijk niveau bekleedde.

Nog op de negende van die maand was ze in Zierikzee voorgegaan.
In de Zierikzeesche Nieuwsbode werd met lof over haar geschreven:
‘Zij genoot een reputatie op het gebied van pastorale gastvrijheid […]
Een vrouw van uitzonderlijke allure is met ds. Monsees heengegaan.’
Ze werd begraven in Hilversum.


1) Over deze verdrietige afloop heb ik een pagina oorspronkelijk bestemd voor de ELG Dordrecht (klik hier) geschreven.



Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.