PREDIKANTEN IN DE EVANGELISCH-LUTHERSE GEMEENTE ZIERIKZEE
De achtentwintigste predikant van onze gemeente was:
Ds. George Frederik Drejer
Hij is geboren 27 december 1873 in Rotterdam en overleden op 10 januari 1938.
Van 1897 tot 1899 was hij evang.-luthers predikant in Zierikzee.
De negenentwintigste predikant van onze gemeente was:
Ds. T. Pont
Op 20 januari 1901 deed hij intrede in onze gemeente. In 1903 nam hij afscheid van onze gemeente en vertrok naar Edam.
De dertigste predikant van onze gemeente was:
Ds. Herman Willem Lenderink
Hij werd geboren op 23 december 1881 te Delft en overleed in 1932.
Op 5 maart 1905 deed hij intrede in onze gemeente.
Op 28 april 1907 vertrok hij naar Kampen.
Dhr Ponsen heeft het hiernavolgende artikel ontvangen van de heer H. Uil, gepensioneerd archivaris van de gemeente Zierikzee en Schouwen-Duiveland.
H.W. Lenderink (1881-1932), Luthers predikant. Een domineestragedie.
Door: Huib Uil
In 1905 kreeg de Lutherse gemeente in Zierikzee een nieuwe predikant in de persoon van
H.W. Lenderink. Slechts ruim twee jaar bleef hij er.
Zijn volgende
standplaats was Kampen waar hij van 1907-1909 werkzaam was. Begin 1909 vertrok hij naar Haarlem.
Het was de veelbelovende loopbaan van een
scherpzinnige jongeman, die klaarblijkelijk goed met anderen kon omgaan. Zijn gaven van hoofd en
hart schenen een zonnige toekomst te voorspellen.
Toch liep het anders want in Haarlem kwam aan zijn loopbaan tot een abrupt einde.
Herman Willem Lenderink werd geboren in Delft op 23 december 1881. Hij was de enige zoon van
Hendrik Jacob Lenderink en Sophia Wilhelmina de Fremery.
Aanvankelijk was vader Lenderink werkzaam als leraar aan het gymnasium in Delft. Zijn benoeming
als directeur van het Blindeninstituut in Amsterdam
betekende een verhuizing naar de hoofdstad.
Vader Lenderink was succesvol in het verbeteren van het lot van de blinden en een gezaghebbende autoriteit
op dat gebied.
Herman ging in 1900 theologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam.
Hoewel het gezin Hervormd
was, koos hij voor de Evangelisch-Lutherse kerk. Bij dat kerkgenootschap werd hij op 5 oktober 1904
als proponent aangenomen.
In de daaropvolgende maand vervulde Herman Lenderink
een preekbeurt in de vacante Lutherse gemeente te Zierikzee. Die kennismaking beviel goed. Hij
liet een aangename indruk achter bij de kerkenraad.
Omgekeerd was Herman ingenomen met de sympathie die hij ontmoette, zo schreef hij aan de
president-ouderling H.C. van den Ende.
De uitkomst was dat
hij beroepen werd waarbij nog wel even geduld moest worden geoefend. Herman was eerst na 23
december beroepbaar omdat de minimumleeftijd op 24 jaar was bepaald.
In de vergadering van de Grote Kerkenraad op 8 januari 1905, in aanwezigheid van twee
stemgerechtigde lidmaten, kreeg Herman Lenderink alle acht stemmen.
Behalve in Zierikzee werd Lenderink ook beroepen door de Lutherse gemeente
in ’s-Hertogenbosch, maar Zierikzee werd de keus.
Op zondagavond 5 maart 1905 deed Herman Lenderink intrede.
Die ochtend was hij in zijn ambt bevestigd door ds. H.C. Lohr, predikant in Rotterdam.
De Lutherse gemeente in Zierikzee was klein. Bij het afscheid van Lenderink telde de gemeente 122 zielen waarvan 66 lidmaten. Toch kon ze een aardig
traktement bieden: 1500 gulden, vooral dankzij de forse bijdrage van 800 gulden uit het Holmanfonds. De achttiende-eeuwse kruidenier Gerrit Holman
was de weldoener van de gemeente, die naast een orgel de gemeente een bedrag naliet waarvan de opbrengsten dienden ter aanvulling van het salaris van de
dominee.
Lenderink moest voor dit bedrag elke zondagmorgen voorgaan, ook op Goede Vrijdag, Eerste Kerstdag en Oudejaarsavond. Eenmaal per jaar moest
het Heilig Avondmaal worden bediend en wel op Goede Vrijdag. Elke week moest hij godsdienstonderwijs geven. De predikant kreeg zes vrije zondagen.

